Dakwerken Piepenholleke zijn eindelijk gestart

Het heeft veel langer geduurd dan we hadden gehoopt, maar afgelopen vrijdag is de restauratie van het dak van het Piepenholleke, de gildekamer van De Koninklijke Gilde der Heren van Lier in het begijnhof, eindelijk van start gegaan.


De werkzaamheden worden uitgevoerd door Eiffage PIT, het bedrijf dat in dit deel van het begijnhof ook andere woningen aan het renoveren is. “Onze aannemer zorgt voor een onderdak (wat we nu niet hadden), een nieuw dak met nieuwe rode Boomse pannen, isolatie (wat er nu niet is) en een dampscherm (wat er nu ook niet is). Dat dampscherm moet het (onafwendbare) lekwater opvangen en aan de dakvoeten afleiden naar de dakgoten”, verduidelijkt Ives Crokaerts als voorzitter van de Lokaalcommissie van De Koninklijke Gilde der Heren van Lier.


“Aangezien onze vzw in 2022 een erfpachtovereenkomst van 54 jaar (en verlengbaar tot 81 jaar) met de kerkfabriek ondertekende, staan we zelf in voor de instandhouding van dit gebouw, ook financieel. De dakrestauratie hadden we op zo’n 30.000 euro begroot, maar daar komen we jammer genoeg niet mee toe. Gelukkig kunnen we wel rekenen op een renovatiepremie van de Vlaamse overheid”, benadrukt Crokaerts.


We hopen dat de aannemer deze restauratieklus op een goede twee weken kan klaren. Volgend jaar volgt dan het plaatsen van nieuwe ramen en deuren, en de inrichting van de keuken.


Geschiedenis van het Piepenholleke
Het Piepenhollekeis de ‘gildecamer’ van de Heren van Lier.


Het begon allemaal toen de ‘Heren’ in het begijnhof een oud huisje wilden restaureren om het later in te richten als een begijnenmuseum in het kader van het Monumentenjaar 1975. De keuze viel op het Piepenholleke, eigenlijk geschiedkundig Sint-Walburgis geheten.


Het oorspronkelijke pand Sint-Rochus, gelegen aan de Nieuwstraat (nu Martienushoek), is thans verdwenen. Het pand Sint-Walburgis, gebouwd voor 1650, eveneens aan de Nieuwstraat, werd in tweeën verdeeld en ingericht als tweewoonst onder de benamingen Sint-Walburgis en Sint-Rochus. Het 17de-eeuwse gebouw werd in oorspronkelijke staat hersteld onder leiding van de Lierse architecten Leo D’Hulst en Walter Goovaerts.


Het pand is eigendom van de kerkfabriek, maar de vzw Koninklijke Gilde der Heren van Lier heeft het in erfpacht. Van de twee huisjes werd er terug één gemaakt, zoals het oorspronkelijk was. Al wat maar enigszins mogelijk was, gebeurde met eigen mankracht.


Benaming
Achter het poortje van de Martienushoek was vroeger een smal steegje dat toegang verleende tot enkele huisjes achterin, die deel uitmaakten van de begijnhofomheining. De woningen die daar kwamen piepen, hebben hun volkse benaming overgedragen op het huidige Piepenholleke.